Culturele competenties


DSC1323De Culturele competenties waarmee ik werk

Een competentie is een samenhangend geheel van vaardigheden, kennis en attitude; iets kennen, iets kunnen en aangesproken worden op je houding. We onderscheiden drie competenties waarmee een school de cultuureducatie een duidelijke richting kan geven:

  1. onderzoekend vermogen;
  2. creërend vermogen;
  3. reflecterend vermogen.

Deze drie vermogens zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het cultuuronderwijs doet een beroep op alle drie de competenties tegelijk. Ze zijn als een driehoek, waarbij de top van de driehoek correspondeert met de competentie die op een bepaald moment de nadruk moet krijgen. Aan elke competentie is een aantal gedragsindicatoren gekoppeld: dat wat je ook echt bij een leerling wilt terugzien.

 

 

 

Onderzoekend vermogen

De leerling kan vanuit een vraag zichzelf en zijn omgeving leren kennen.

Gedragsindicatoren

De leerling:

  • gebruikt actief zijn zintuigen om een object, onderwerp of gebeurtenis te verkennen
  • experimenteert met verschillende materialen, technieken en begrippen
  • verkent emoties, ervaringen en ideeën van zichzelf en anderen
  • stelt vragen aan zichzelf en zijn omgeving
  • verzamelt, selecteert en maakt kritisch gebruik van verschillende bronnen
  • gaat door met onderzoeken tot zijn doel bereikt is
  • werkt de vraag planmatig uit
  • kan vraag en plan bijstellen op basis van (onverwachte) uitkomsten
Reflecterend vermogen

De leerling kan terugkijken op eigen ervaringen, deze interpreteren en er betekenis aan geven.

Gedragsindicatoren

De leerling:

  • verwoordt eigen ervaringen en gevoelens in relatie tot de context
  • bedenkt persoonlijke leervragen geeft aan wat hij anders en beter kan in relatie tot zijn leervragen vergelijkt eigen ideeën en werk met die van een ander
  • benoemt wat ideeën en werk van anderen (kunst of erfgoed) voor hem betekenen
  • stelt zich open, vraagt anderen om feedback en tips en gebruikt deze
  • kan verwoorden wat de waarde van kunst en erfgoed voor hem is

 

Creërend vermogen

De leerling kan op eigen wijze vormgeven aan zijn ervaring, waarneming, verbeelding en kennis.

Gedragsindicatoren

De leerling:

  • kan zich een voorstelling maken van een gebeurtenis, ervaring of idee en deze uiten
  • past bewust technieken, vaardigheden en materialen toe binnen eigen werk
  • kan opgedane kennis toepassen bedenkt en maakt ontwerpen of concepten
  • bedenkt en realiseert alternatieve oplossingen
  • geeft op eigen wijze vorm aan ervaringen, emoties en ideeën
Bron: Cultuurmij Oost